Hoe geef je troost aan een kind
Dat is gevallen en pijn ondervind
Met een pleister en een knuffel kan je weten
Is het kind als snel de schrik en de pijn vergeten
Hoe geef je troost aan een mens met verdriet
dat even het licht en de zon niet meer ziet
Met aandacht en praten een bezoekje misschien
Dan zullen zei ook gauw betere tijden zien
Hoe geef je troost aan een beest
Dat al jaren je beste vriend is geweest
Zorg dat het op zijn oude dag
Niet onnodig lang pijn lijden mag
Hoe geef je troost aan wereldzaken
Door te beginnen een goeie toekomst te maken
Milieu en natuur begin daar maar mee
Als iedereen dat doet is er ooit wereldvree
En als je ooit zelf troost nodig krijgt
Omdat een probleem je boven je hoofd stijgt
Vergeet dan niet om hulp te vragen
Want ook jij verdient zonnige dagen
Een goede raad kan iedereen krijgen
De vrede en toekomst begint bij je zelf
Ik ben de droomboom
die kerst wil vieren.
Ik ben de droomboom
die licht wil zijn.
Jij mag mij met sterren
en ballen versieren.
Maak me maar mooi
dat vindt iedereen fijn.
Ik ben de droomboom
met mooie wensen.
Ik ben de droomboom
die blij wil zijn,
want ik mag stralen
een licht voor de mensen
vrede, geluk,
dat vindt iedereen fijn.
Kristallen van bevroren water,
Bevroren door de kille lucht,
Fonkelend in de lucht daar boven,
Dalend met een diepe zucht
De grauwe aarde wordt fel gekleurd,
Betoverd met het witte zaad,
Ontsprongen uit machten der natuur,
Het wit in wonderbaar zacht gelaat
Grauwheid zal verdwijning kennen,
Weerkaatsing van het witte licht,
Een sprankje hoop in duisterheid,
De hand des winters is gezwicht
Licht weerkaatst in donkere dagen,
Zachtheid weerspiegeld in koude tijd,
Verwarming in onze harten blijvend,
Daagse daling heeft reeds verblijd
Herfst is somber,
Winter is somber en kil.
Lente is leven en deugd,
Zomer warmte en vreugd.
Wervelend, kolkend,
figuren vormend.
Koude dauw
op warme huid.
Altijd veranderend,
het licht opslokkend.
Stilte ontsnapt
en dempt elk geluid.
Doodse sfeer
overheerst het leven.
Vertelt een verhaal
dat de geschiedenis wist.
Begraven, vergeten,
in het verleden,
begon ooit de nevel
van de Zee van Mist
ik zou de wereld willen veranderen
al het kwaad weg willen stoppen
al het goeds in mensen stoppen
ik zou de bloemen willen laten bloeien
bloemen die nooit verwelken, zonder doornen
bloemen wiens geur de hele wereld zal vullen
ik zou de duivel willen veranderen
alle mensen engeltjes maken
al het haat in liefde toveren
ik zou de oorlog willen beëindigen
al de wapens be graven
al het goeds eruit halen
ik zou, oh zoveel willen doen
nooit zou mijn droom uitkomen
nooit zou het kwaad weg zijn
ik zou eeuwig ervan dromen
van een wereld alleen met liefde
van een wereld zonder kwaad
Winter in het bos, dat is echt geen pretje.
Wolkjes uit je mond en je neus is nat.
Ik ga gauw naar binnen naar m'n warme bedje.
Goed m'n voetje vegen op de kokosmat.
Winter in het bos, alle plantjes slapen
en bij elke boom zijn de takken wit.
Winter voor de dieren, de muizen en de mieren.
Iedereen is blij dat-ie in z'n holletje zit.
De winternachten zijn koud, 'k heb een huisje gebouwd
spek en nootjes aan een touw gebonden.
En in de deken van sneeuw heeft een magere meeuw
nog een kruimeltje brood gevonden.
Winter in het bos, alles is bevroren.
Er valt nog één blaadje en dan niet meer.
Nergens iets te eten geen nootje en geen zaadje.
Maar na de winter komt de lente weer
Nu je denkt dat niemand
aan je denkt
je zomaar ergens alleen
de kerstdagen doorbrengt
zonder de liefde van iedereen
die je lief is.
kijk dan eens om je heen
zie de lichtjes die overal zijn
zie het kleinste kaarsje dat ergens
verscholen brand
dat speciaal voor jou is aangestoken
zodat je niet meer
zo eenzaam in de duisternis
ronddwaalt
Ik ben de droomboom
die kerst wil vieren.
Ik ben de droomboom
die licht wil zijn.
Jij mag mij met sterren
en ballen versieren.
Maak me maar mooi
dat vindt iedereen fijn.
Ik ben de droomboom
met mooie wensen.
Ik ben de droomboom
die blij wil zijn,
want ik mag stralen
een licht voor de mensen
vrede, geluk,
dat vindt iedereen fijn.
Lange spoken, korte spoken,
spoken die sigaren roken
Knars, piept de deur
Krak, zegt de trap
Spoken bestaan niet
een spook is een grap.
Dikke spoken, dunne spoken
Spoken die graag kleuters koken
Loei, roept de wind
Spook roept hap hap
Spoken bestaan niet
Een spook is een grap
Lieve spoken, enge spoken
Vader-moeder-kindje-spoken
Laken gescheurd
Klapperdeklap
Spoken bestaan niet
Een spook is een grap
Zwarte spoken, witte spoken
Spoken die graag onrust stoken
Brr, doet het spook
Lach je maar slap
Spoken bestaan niet
Een spook is een grap
Ze bestaan
Ze zijn er met volle maandag ze bestaan al heel lang
Ze maken je soms heel bang
Het is moeilijk te verstaan
Je wilt het horen
Toch ben je samen met een geest geboren
In je zit een geest die leeft
Die je soms moeilijkheden geeft.
Eigenlijk is een geest heel fijn
Anders zou je toch nooit geboren zijn ?